Een tweesprong in de geschiedenis – over democratie, Europa en dictatuur

De Euroleiders zijn er uit; om de crisis op te lossen gaat het ESM, het Europees Stabiliteits Management, in juni volgend jaar ingevoerd worden. Dat instituut krijgt verregaande mogelijkheden Europese lidstaten te straffen wanneer zij hun begroting niet op orde liggen. Deze stap is één van de belangrijkste economische ontwikkelingen die de Europese Unie in haar nog maar korte geschiedenis heeft meegemaakt. Misschien belangrijker, hoe kunnen we de huidige ontwikkelingen in de context van de geschiedenisschrijving plaatsen?

De ‘Eurodictatuur’

Het ESM zal volgens critici leiden tot een ‘Eurodictatuur’. Een kleine groep regeringsleiders en economen krijgt verregaande macht over de begroting van andere landen. De vraag of dit aanvaardbaar is, is een hele goede. Niet alleen hebben landen een eigen soevereiniteit, bovendien, wat een acceptabele begroting is ligt puur aan de ideologie van een mens. Een socialist zal een begroting waarin de staat investeert in de publieke sector acceptabel en wenselijk vinden. Een liberaal daarentegen wil een kleine begroting. Die laatste groep zal het voornamelijk voor het zeggen krijgen binnen dat ESM en kan daarmee haar dictaat aan de rest voorleggen, zoals dat door de Europese Rondetafel van Industriëlen bijvoorbeeld al gebeurt.

Dit is een enorm belangrijke ontwikkeling in de geschiedenis. Niet alleen in de Europese geschiedenis, maar ook op groter niveau. Het is namelijk een voorbeeld van waar we mogelijk heen gaan met Europa en de wereld. Democratie lijkt niet vanzelfsprekend meer. Toen de Griekse premier Papandreou een referendum voorstelde om de Griekse bevolking te laten kiezen over meer bezuinigingen en neoliberale hervormingen van de publieke sector, waren veel Europese leiders ontstemd. Hoe hij het in godsnaam in zijn hoofd had gehaald een dergelijke belangrijke beslissing aan het volk over te laten. Korte tijd later werd Papandreou’s regering vervangen door een regering van technocraten – vooral mensen met ervaring in de bankensector, die juist verantwoordelijk is voor de crisis waarin we nu zitten.

Toen die regering zitting nam, slaakte er een zucht van verlichting door Europa, ook in het Nederlands parlement. In een Kamerdebat hadden partijen als GroenLinks, D66 en de PvdA zich nog boos getoond over een mogelijk Grieks referendum. Een gotspé als je bedenkt dat D66 ooit opgericht was om tot meer directe democratie (referenda, dus) te komen! De nieuwe Griekse regering was niet democratisch gekozen en bestond bovendien niet uit politici maar uit technocraten die allerminst te vertrouwen zijn gezien hun rol in het ontstaan van de Griekse crisis. Zo was de nieuwe Griekse premier Papademos vice-voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB) toen Griekenland goochelde met de cijfers. De man die notabene toezicht had moeten houden op Griekenland maar dat naliet werd beloond met een premierschap.

In Italië deed zich een zelfde geval voor. De democratisch gekozen regering van Silvio Berlusconi, die overigens weinig met democratie op leek te hebben – tot woede van veel regeringsleiders, werd vervangen door een technocratische regering onder leiding van Mario Monti. Ook een bankier en voormalig adviseur van de zakenbank Goldman Sachs – evenals Papademos. Ook toen lieten veel politici weten blij te zijn.

Het fundamentele probleem van deze tijd

Deze voorbeelden laten het fundamentele probleem van deze tijd zien. Onze democratie staat onder druk. Onze jonge democratie, moet ik daarbij zeggen. Algemeen kiesrecht voor iedereen (mannen en vrouwen, vanaf een bepaalde leeftijd) is er nog geen honderd jaar. Onze grondwet stamt uit 1848 en is dus pas amper de 160 jaar gepasseerd. Dat lijkt veel, maar is in de geschiedenisschrijving zéér kort. In de wereldgeschiedenis is dictatuur eerder regel dan uitzondering geweest; de westerse democratie beslaat dan ook nog maar een zeer korte tijd in de geschiedenis. Democratie is niet vanzelfsprekend en heeft in haar nog maar korte bestaan regelmatig onder spanning gestaan. Het fascisme van Mussolini en Hitler was een aanval op de democratie en overwon korte tijd maar werd uiteindelijk verslagen door de fundamentele menselijke wil in vrijheid te leven.

En nu staat onze democratie weer onder druk. Hoewel extreem-rechts in Europa het laatste decennium flink is gegroeid lijkt een dictatuur van die kant niet reëel, daar is simpelweg (gelukkig!) te weinig draagvlak voor. Nee, een dictaat van de markt, een plutocratie is eerder het gevaar. In een interne memo schreef Citigroup, één van de machtigste banken van de wereld, in 2005 op te willen naar een plutocratie waarin banken en rijken de macht zouden hebben. De westerse democratie moest daarvoor onherroepelijk afgebroken worden. Dat klinkt wellicht utopisch, maar wie bedenkt dat voormalig medewerkers van dergelijke banken regelmatig ministersposten in Amerikaanse regeringen verwerven (de huidige minister van financiële zaken Timothy Geithner werkte voor AIG, zijn voorganger Paulson jarenlang voor Goldman Sachs), realiseert zich dat dit beeld realistischer kan worden dan ingeschat. Vergelijk het plan van Citigroup eens met de recente gebeurtenissen in Griekenland en Italië. Twee democratische gekozen regeringen zijn omvergeworpen door een coupe van technocraten. Bankiers hadden nog nooit zoveel macht als nu. En het enge is; de machtigste regeringsleiders steunen deze afbraak van democratie.

Misschien ben ik pessimistisch en blijkt over tien jaar dat Europa sterker, socialer en bovenal democratischer uit de crisis is gekomen. Maar misschien niet. Historisch gezien is de kans op dictatuur aanwezig; een dictatuur is eerder regel dan uitzondering geweest in de laatste tweeduizend jaar. De vraag is nu aan welke kant we van de geschiedenis willen staan. Gaan we samen op weg naar een democratische wereld en zorgen we ervoor dat de moderne democratie langer standhoudt dan amper twee eeuwen, of gaan we voor een economische dictatuur door een kleine groep plutocraten? Ik hoop op het eerste.

Bakermat

Kort geleden noemde de Duitse Bondskanselier Angela Merkel de eurocrisis ‘een kans’. Een kans, volgens haar, om tot structurele sociale en economische hervormingen te komen die er zonder de eurocrisis niet doorheen zouden komen. Het eerste waar ik aan dacht was; The Shock Doctrine. In dit boek van Naomi Klein wordt op sublieme wijze uitgelegd hoe neoliberalisme zich al meer dan dertig jaar door de wereld verspreidt. Militaire dictaturen, zoals in Argentinië en Chili, worden daarbij niet beschouwd als gevaar, maar als een kans om neoliberale tests uit te voeren. Waarom dit een shockende doctrine is? Omdat het om omstreden hervormingen gaat.

Net als nu. Er is amper draagvlak voor Europa. Wie op straat aan een willekeurige voorbijganger vraagt wat hij of zij van Europa vindt, zullen veel mensen antwoorden dat ze vooral niet nog meer geld naar Europa willen. Een logische reactie. Want wie de krant openslaat ziet staan dat er 1000 miljard euro meer naar een noodfonds moet, aldus de Europese leiders. En van de miljarden die zogenaamd naar Griekenland gaan, gaat het grootste deel naar west-Europese banken; de schuldeisers die Griekenland jaren hebben beduveld, zoals Griekenland op haar beurt de EU beduvelde. De ‘solidariteit’ waar Nicolas Sarkozy het over heeft geldt vooral voor de banken.

Het Griekse plan voor een referendum is geen gek idee. Misschien is het zelfs logisch. Laat niet de banken, niet de bureaucraten, maar de burgers beslissen over Europa. De ontsteltenis en woede waarmee Europese leiders, en ja ook de Nederlandse oppositie in de vorm van GroenLinks, D66 en PvdA, reageren duidt op angst dat hun neoliberale droom Europa uiteenklapt. Wat heet: Dat de EU in haar huidige bestaan, als neoliberaal machtsblok, bedreigt wordt, en wel door het volk.

Maar het is niet gek om de Grieken te laten beslissen over een noodplan waarmee de gemiddelde Griek niet geholpen wordt. Het is democratie. Zoals die duizenden jaren geleden voor het eerst uitgevoerd werd. Waar? Juist. In Griekenland, de bakermat van de democratie.

Lente

Daar zat hij dan, op de motorkap van een auto. Moammar Ghaddafi, al meer dan veertig jaar staatshoofd en dictator van Libië. Verdwaasd kijkt hij om zich heen, terwijl mannen, jongens, hem duwen, slaan, en aan hem trekken. Hij schreeuwt, vraagt om vergeving. De man die zonder pardon duizenden Libiërs liet vermoorden tijdens zijn bewind vraagt om medeleven. Om alsjeblieft te stoppen met slaan. Hij veegt wat bloed van zijn gezicht, kijkt naar zijn hand, waar een gouden ring bijna volledig bloedrood is geworden. Hij weet het, zijn einde is nabij.

Libië zal nooit meer hetzelfde zijn, dat is duidelijk. Ghaddafi was Libië en wie aan Libië dacht, dacht aan de kolonel. Zelfs zijn regime, dat bij het begin van de Arabische Lente door deskundigen als muurvast werd gezien, een regime dat niet zo maar zou omvallen, viel. Ghaddafi is niet meer en met hem het dictatoriale regime.

Maar nu? Libië zal zonder twijfel een moeilijke tijd tegemoet gaan. Critici van de Arabische revoluties dit jaar plaats vonden wijzen met enige regelmaat naar Egypte en Tunesië. ‘Kijk eens!’, roepen ze dan, ‘daar gaat het helemaal niet goed!’. En daar hebben ze ergens ook wel een reden voor. In Tunesië hebben zich voor de aankomende verkiezingen duizenden kandidaten gemeld, en in Egypte viel het leger onlangs Koptische christenen aan. Allemaal tekenen dat de Arabische Lente een gure herfst zal worden, menen de critici.

Dat die Koptische christenen verdedigd werden door moslims ‘vergeten’ de critici dan vaak te melden. Nee, ze wijzen liever naar islamitische partijen die het zowel in Tunesië als in Egypte goed doen in de (niet betrouwbare, maar dat zeggen ze niet) peilingen. ‘De Sharia komt eraan!’, roepen ze dan. Blijkbaar is de islam niet verenigbaar met een democratische en seculiere staat. In heel Europa zijn christen-democratische partijen al jarenlang aan de macht, en geen haan die er om kraait. In ons eigen Nederland houdt een christen-fundamentalistische partij, de SGP, zelfs een regering van liberalen en christendemocraten aan de macht. In Amerika scoren ultra-conservatieve- en christelijke Republikeinen goed in de peilingen. Als er één plek in de wereld is waar de scheiding tussen kerk en staat onder spanning staat, is dat wel de westerse wereld.

Maar goed, Libië. Het is koffiedik kijken, maar een zogenaamde western backed government is niet uit te sluiten. Een regering dus die gesteund wordt door het westen. Waarom? Om precies dezelfde reden waarom het westen jarenlang boeven als Ben Ali (Tunesië), Mubarak (Egypte) en Ghaddafi in Libië de hand boven het hoofd hielden. Stabiliteit en vooral economische winst. Libië is een OPEC-land en dus buitengewoon interessant. Interessanter dan Syrië, dat wel olie bezit maar niet zoveel als Libië, wat wellicht een reden is dat NAVO-interventie aldaar uitblijft. Nu ja, om onze olie veilig te stellen zal er een regering moeten komen die met ons wil handelen om die olie. Het is dus niet onmogelijk dat er tientallen, zo niet honderden ‘adviseurs’ richting Libië zullen gaan om te vertellen wat ze moeten doen, en hoe een democratie werkt.

Enfin, de Arabische Lente. Historisch, zonder twijfel. Het zal misschien jaren duren voordat er stabiele regeringen en democratieën zijn. Maar dat is niet erg. Alsof de westerse democratieën er van de ene op de andere dag waren. Daar gaat tijd overheen. Verkiezingen zullen misschien chaotisch of gek verlopen, maar ook is dat niet erg. De belangrijkste revolutie die de mensen in de regio hebben doorgemaakt is dat ze durven te denken, durven te praten en durven te dromen. Dat ze niet meer vastzitten in het denken dat ze moeten denken. En met die gedachte in het achterhoofd, kan er met recht gesproken worden van een Arabische Lente. De zon schijnt en nieuwe democratieën groeien en zullen hopelijk gaan bloeien.

Vrijdenkers

Het was een bizarre week. Op meerdere vlakken. In het anders o-zo vredige brak vrijdagavond een massale vechtpartij uit. Een politiepaard liep van schrik het water in. Het weer was goed. Te heet voor een roodharige als ik, maar voor de grote massa was het prima toeven, heb ik me laten vertellen. In Libie vielen ondertussen de bommen en kwamen (opnieuw) vele burgers om. In Syrie werden massabetogingen hard uit een geslagen door ordetroepen. Vrijheid is duur.

Het was een week van uiterste verbazing. Verbazing om de PVV, once again. Om met Pownews’ Dominique Weesie te spreken: Het was met het weekje weer wel. Zo stelde PVV-Kamerlid Joram van Klaveren (die leraar die zichzelf met pistool op Hyves zette) op dinsdag voor om asielzoekers die uitgezet worden tijdens hun uitzet een kap over het hoofd te doen en vast te binden. Want dan kunnen ze zich niet verzetten. Van Klaveren gaat voorbij aan het feit dat deze mensen veelal teruggestuurd worden naar brandhaarden. Maar dat zal de PVV wel niet boeien. Roepen dat je dat buitenlanders vast gaat binden scoort immers bij Telegraaflezers.

Op woensdag liep PVV-raadslid Arnoud van Doorn tijdens een debat in een Haagse raadscommissie weg. Boos. Hij had kritiek gekregen van andere raadsleden. En daar houden PVV’ers niet van, kritiek. Van Doorn was gewezen op zijn hypocrisie. Eerder hadden hij en zijn fractie in de raad ingestemd met het plan van minister Opstelten om agenten anders te verdelen. Den Haag zou daardoor minder agenten krijgen. Prima, vond de PVV, de zelfbenoemde partij van de veiligheid. Toen Van Doorn tijdens een debat burgemeester Van Aartsen aanviel op toenemende criminaliteit werd hij op zijn hypocrisie gewezen. En toen liep hij weg. Zo rollen PVV’ers.

Op donderdag zou columnist en journalist Thomas von der Dunk een lezing houden in het provinciehuis van Noord-Holland. In die lezing zou hij felle kritiek gaan uiten op de PVV en vergelijkingen maken met de Tweede Wereldoorlog (de lezing is hier te lezen). De PVV sprak ten monde van fractievoorzitter in de Staten Hero Brinkman schande. Von der Dunk was een ‘antisemiet’. De lezing werd afgelast. De PVV tegen de schenen schoppen, dat mag niet, in dat vrije Nederland.

Tot mijn grote verbazing verdedigde Femke Halsema, ooit verkozen tot ‘Liberaal van het Jaar’, het afgelasten van de lezing. Waar twee vechten hebben twee schuld, de lezing kreeg te veel aandacht, en de ‘godwin’ van Von der Dunk was ongepast. Het was wel goed, eigenlijk, om die lezing niet te geven. Mijn mond viel open van verbazing.

Tuurlijk, vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog zijn goedkoop, hoe kloppend ze helaas vaak ook zijn. En tuurlijk, die Thomas von der Dunk ziet er gek uit en heeft een gekke stem. Maar een lezing verbieden vanwege kritiek op een politieke partij? Dat deden we toch niet in Nederland? We hadden toch afgesproken om vrije meningsuiting te beschermen? Om vrij te denken? Om vrij te zijn? Toch?

Nou, niet dus. Wilders heeft gelijk wanneer hij stelt dat Nederland Nederland niet meer is. We zijn een intolerant land. Geert Wilders mag de Islam de inspiratie van Hitler noemen en de Koran een ‘fascistisch’ boek, maar oh wee als een journalist de PVV in een historische context plaatst. Dan is het land te klein.

Vervlogen hoop

Ik kan me nog goed herinneren dat ik op de ochtend van 5 november 2008 de tv aanzette. Ik was gespannen, zenuwachtig. In enkele ogenblikken zou ik gaan zien wie de presidentsverkiezingen in Amerika had gewonnen. Ik hoopte Barack Obama, maar vreesde John McCain. Als men op school vroeg waarom ik hoopte dat Obama zou winnen, zei ik steevast dat de wereld dan echt zou gaan veranderen. Hij was geen warmaker, zei ik. Boy, was I wrong.

Die ochtend zag ik inderdaad dat Obama had gewonnen. Wereldwijd ging een soort zucht van verlichting op. Eindelijk was de Republikeinse macht in het Witte Huis gebroken. Na het Democratisch Congres was er nu ook een Democraat in het Witte Huis. De wereld zou gaan veranderen, dacht ik en met mij vele anderen. Eindelijk. Er zou vrede komen en Amerika zou een socialer land worden. De hoop die Obama in de maanden voor de verkiezingen had verspreid, had zich ook meester gemaakt over mij.

Ik was blij, die ochtend. De hoop van Obama was werkelijkheid geworden. Er zou change komen. Op school vertelde ik trots over Obama. Er was iets veranderd, die vierde van november. Amerika was veranderd. De wereld was veranderd. Ik was blij.

Enkele maanden later zat ik hoopvol voor de tv, met een bord eten op schoot. Met mijn ouders en mijn broer keek ik naar de inauguratie van Barack Obama. Het was 20 januari 2009. Anderhalve week later werd ik vijftien. Die avond zat ik met kippenvel te kijken. Man, het zou eindelijk goed komen met de wereld.

Twee jaar later ben ik pessimistisch. Obama is over de helft van zijn ambtstermijn en heeft enkele dagen geleden besloten Libië te bombarderen. Voor vrijheid, is het argument. Ik vrees een slopende oorlog, à la Irak. Een oorlog met duizenden burgerslachtoffers. Ghaddafi zal niet zomaar vertrekken, zoals Saddam Hussein dat ook niet deed. Bombarderen voor vrede, het is als vrijen voor maagdelijkheid. Het klopt niet.

Amerika is inderdaad veranderd. Of het in positieve zin was? Ik denk het niet. Het politieke debat is verder verruwd, aangevoerd door rechtse boe-roepers als Sarah Palin, Glenn Beck en Bill O´Reilly. Obama is een verkapte socialist, zeggen ze. En een moslim. Dat zou niet mogen, volgens hen. Sarah Palin publiceerde een hitlist op haar site, een lijst met Democratische congressmen die gehit moest worden. In januari werd de Democratische afgevaardigde Gabrielle Giffords – die ook op de lijst stond – neergeschoten door een geregistreerde Republikein.

Amerika is niet veranderd in de zin die we allemaal hoopten. Er mag dan universele gezondheidszorg zijn, het pakket dat er nu ligt is een fractie van het plan dat Obama had. Enorme tegenwerking van zowel Republikeinen als Democraten hebben het doen af zwakken tot een vodje.

Guantanamo Bay is nog steeds open. Het Midden-Oosten is nog steeds een brandhaard. Amerika is nog steeds een asociaal land. Obama heeft de Patriot Act, die de Amerikaanse overheid verregaande macht over burgers geeft, verder verlengd. Bradley Manning, die documenten doorsluisde naar Wikileaks, moet naakt in een cel slapen. 40 miljoen Amerikanen leven – volgens officiële cijfers – in armoede. De belastingvoordelen die George Bush instelde voor de rijken heeft Obama gehandhaafd. Een topbankier van het door de Amerikaanse overheid gesteunde Goldman Sachs ontving vorig jaar een bonus van om en nabij de 25 miljoen dollar.

En wat doet Obama? Hij start een nieuwe oorlog, in Libië. Met het geld dat besteed is aan de oorlogen in Afghanistan en Irak had elke Afrikaan AIDS-remmers kunnen krijgen, had malaria de wereld uit geholpen kunnen worden en had er echt werk gemaakt kunnen worden van armoedebestrijding – in Afrika en in Amerika zelf. Amerika had daadwerkelijk socialer gemaakt kunnen worden. Maar Obama gaat verder in de lijn van zijn voorgangers en start een oorlog.

De hoop van toen is vervlogen. Er rest niets anders dan de hoop dat Obama in 2012 verkozen wordt, maar dat heeft meer te maken met de angst voor een Republikeinse president, die alles wat Obama heeft kunnen bereiken terug zal draaien en Amerika verder zal neo-liberaliseren (iets wat Obama ook heeft gedaan), in toenemende mate.

Het idee dat Obama de wereld in de juiste richting kan en gaat veranderen, is weg. De hoop op change is weg. Per saldo is Obama bijna net als Bush, maar met een andere naam.

 

Machiel de Graaf gekraakt

In aanloop naar de verkiezingen van aankomende woensdag brengt de Volkskrant elke dag een lijsttrekker voor de Eerste Kamer aan bod. Omdat ze onderbelicht en vaak relatief onbekend zijn. Vandaag is het de beurt aan Machiel de Graaf, lijsttrekker voor de Eerste Kamer namens de PVV. Volgens Wilders een ‘enorm talent’. Met een platte Haagse tongval zou De Graaf mijn inziens een prima personage voor een Koot en Bie scene zijn. Maar die tongval heeft hij niet, helaas. En Koot en Bie maken geen televisie meer.

Lees meer over dit bericht

De actualiteit van Senator Fulbright

We schrijven 1966. De wereld brandt. Boze studenten komen langzaam in opstand tegen de consumptie-maatschappij en tegen de oorlog in Vietnam. Daar woedt dan een – nog jonge – oorlog tussen de Noord-Vietnamese communisten, de Zuid-Vietnamese Vietcong, bestaande uit nationalisten en communisten, en Amerika. Het Congres van dat laatste land heeft president Lyndon B. Johnson twee jaar eerder een carte blanche gegeven door de Tonkin-resolutie aan te nemen. Die resolutie geeft Johnson ongekende mogelijkheden (en macht) om de oorlog in Vietnam te beïnvloeden, met soldaten, adviseurs en materieel.Amerika is haast volledig overtuigt dat een oorlog in Vietnam nodig is. Immers, als Vietnam zou vallen voor het communisme, dan zal het niet lang meer duren voordat heel Oost-Azië valt voor de commies. Het is de tijd van de angst voor het Rode Gevaar en de Dominotheorie.

Lees meer over dit bericht