Over Mulisch en Cuba

Harry Mulisch is dood. Dat vind ik erg jammer. Ik zou hier cliché´s kunnen gaan neerzetten, maar dat ga ik niet doen. Ik was een fan van zijn boeken en schrijfstijl. Uiteraard heb ik De Aanslag gelezen voor m´n boekenlijst. Dat is dan wel weer cliché, want dat doet iedereen. De Aanslag is hét boekenlijstboek.

Ik wil het hier echter niet over dat boek hebben. Integendeel. Ik wil wat schrijven over Mulisch´ boek over Cuba, Het Woord bij de Daad. Het is een bijzonder boek. Controversieel, zwaar bekritiseerd. Maar bovenal: geweldig. Althans, in mijn inziens. Toen ik het boek op de benedenverdieping van De Slegte in de Kalverstraat in Amsterdam eind juni dit jaar (het Nederlands elftal voetbalde die avond – de straten kleuren oranje. Ik droeg een rood t-shirt) in een stoffige kast, ingesloten tussen twee andere boeken van Mulisch, vond vulde mijn hart zich met blijdschap. Eindelijk had ik dan Het Woord bij de Daad te pakken. Man, wat had ik er naar gezocht. Boekenwinkels afgestruind en gevraagd waar het te bestellen was. Nergens, werd met mij keer op keer verteld.

De avond dat ik het boek kocht sprak ik een man in die boekenwinkel in Amsterdam. Hij werkte daar. Als klant vroeg ik hem of hij Het Woord bij de Daad toevallig had. Hij antwoordde negatief. Nee, hij had het boek wel gehad. In privé bezit. Hij begon te verhalen over zijn roerige jeugd. Want dat had hij gehad. Vroeger. In de jaren ´60. Hij was rood, zei hij. De materialistische maatschappij, De machthebbers in het westen en Amerika waren slecht. Mulisch, Che en Cuba waren goed.

Niet veel later vertrok ik naar de benedenverdieping van de winkel. Wellicht dat ik het daar ergens kon vinden. Ik vond het. Ik kocht het. In de zomer van dit jaar las ik het. In Ierland, in een vakantiehuisje aan zee.

Het Woord bij de Daad is een ´getuigenis van de revolutie op Cuba`. Het beschrijft Mulisch´ reizen door Cuba, met een groep journalisten en schrijvers. Ze volgen Fidel Castro en zijn reizen door het land. Mulisch hemelt het Cuba van na de revolutie op. Het Cuba van voor de revolutie was niks. Dat waren barbaren die het kapitalisme en de klassenmaatschappij omarmden.

En eerlijk is eerlijk: het Cuba van de eerste jaren na de revolutie had wel iets. Dáár gebeurde echt iets. Een menselijke, klasseloze maatschappij waarin gelijkheid en collectivisme voorop stonden, in plaats van de ongelijkheid en het individualisme van de klassenmaatschappij. De gebreken van Cuba en Castro kwamen pas later aan het licht. In Mulisch´ tijd in Cuba kón Cuba. Het was zoals het moest zijn. Het tegenovergestelde van Amerika, dat op dat moment een imperialistische oorlog uitvocht in Vietnam tegen communisten (en verloor!). Dat Mulisch voor Cuba (en Provo) koos was niet gek: het waren tegenstemmen tegen al het foute (militaristische en regenteske) van die tijd.

De witte duif op Castro´s schouder was geen toeval. ´Op Hitlers schouder was nooit een witte duif geland`.

In 1971 kwam er een scheuring in de internationale groep van schrijvers die Cuba ophemelden. De Cubaanse dichter Heberto Padilla werd in 1971 door Castro achter slot en grendel gestopt. Hij had kritiek geuit op het land, de revolutie en het beleid van de revolutionairen. Een aantal Franse intellectuelen ‑ K.S. Karol, Sartre, Enzensberger, Semprun, besloten een manifest op te stellen tegen de arrestatie van Padilla. Opvallend was dat ondertekenaars van dit manifest in de jaren daarvoor voornamelijk voorstanders van het revolutionaire Cuba geweest waren. Dit manifest brak de beweging werkelijk in tweeën en voormalig voorstanders van Cuba trokken zich terug. Mulisch tekende het manifest niet. Reden: ´Het tóóntje dat daar werd aangeslagen beviel mij niet, dat onuitstaanbare cartesiaanse Franse toontje van: eens hebben wij de revolutie op Cuba gezien als een model ‑ en nù..`. Het levert Mulisch een storm van kritiek op in Nederland.

Langzamerhand neemt Mulisch echter wel afstand van Cuba. De totalitaire staat die daar ontstaat zet vraagtekens bij hem. Zijn relatie met Fidel Castro vertroebeld. Ze sturen elkaar alleen nog kaarten. Dat ik Het Woord bij de Daad nergens kon vinden was ook geen toeval. Mulisch had ooit eens besloten dat het boek niet meer herdrukt mocht worden. Hij stond niet meer achter die tijd. Cuba was misschien toch een beetje fout. In het boek De Toekomst van Gisteren (uit 1972, inderdaad: maar één jaar na de arrestatie van Padilla en het Franse manifest) neemt Mulisch letterlijk afstand van Cuba. Hem wordt echter nog steeds verweten nooit spijt betuigd te hebben voor zijn passie voor het communistische Cuba.

Spijt daarover betuigen hoeft hij van mij niet te doen. Het Woord bij de Daad is een geweldig boek. Het laat het goede van Cuba net na de revolutie zien. De populariteit en de goedheid van Castro (dan nog wel) en hoe Cuba een eerlijk en goed land is (dan nog wel). Het toont een unieke inzage in het Cuba van amper tien jaar na de revolutie. Wie Mulisch´ maatschappelijk engagement wil begrijpen, moet Het Woord bij de Daad zeker lezen.

“Dood is wakker worden aan de verkeerde kant van je dromen.”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: