De actualiteit van Senator Fulbright

We schrijven 1966. De wereld brandt. Boze studenten komen langzaam in opstand tegen de consumptie-maatschappij en tegen de oorlog in Vietnam. Daar woedt dan een – nog jonge – oorlog tussen de Noord-Vietnamese communisten, de Zuid-Vietnamese Vietcong, bestaande uit nationalisten en communisten, en Amerika. Het Congres van dat laatste land heeft president Lyndon B. Johnson twee jaar eerder een carte blanche gegeven door de Tonkin-resolutie aan te nemen. Die resolutie geeft Johnson ongekende mogelijkheden (en macht) om de oorlog in Vietnam te beïnvloeden, met soldaten, adviseurs en materieel.Amerika is haast volledig overtuigt dat een oorlog in Vietnam nodig is. Immers, als Vietnam zou vallen voor het communisme, dan zal het niet lang meer duren voordat heel Oost-Azië valt voor de commies. Het is de tijd van de angst voor het Rode Gevaar en de Dominotheorie.

Senator J. William Fulbright is één van de senatoren die in 1964 met een volmondig ja voor de Tonkin-resolutie stemt. Twee jaar later twijfelt hij. Valt de strijd in Vietnam eigenlijk wel te winnen? In twee jaar zijn er amper aantoonbare successen geboekt. De grote verandering van mening zal Amerika pas na 1968 krijgen, Fulbright is er dus vroeg bij.

In 1966 begint hij in zijn Senaatscommissie een reeks hoorzittingen. Gehoord worden militaire adviseurs en politieke deskundigen. President Johnson vertoeft in die dagen op Honolulu met zijn belangrijkste medewerkers. Enerzijds om de media-aandacht af te leiden van de hoorzittingen, anderzijds om zijn medewerkers niet voor de commissie te laten getuigen.

Tot zover Vietnam. In 1966 schrijft Fulbright een boek, genaamd The Arrogance of Power. Over een gedeelte van dat boek wil ik het hebben:

Waar ik vraagtekens bij zet is of de Verenigde Staten in staat zijn een klein, vreemd, onderontwikkeld Aziatisch land in te gaan en daar stabiliteit te scheppen waar chaos heerst, democratie waar daarvoor geen traditie bestaat, en een eerlijke regering waar corruptie bij het gewone leven hoort.

Een interessante tekst, en verrassend actueel. Democratie scheppen in een land waar daarvoor geen traditie bestaat, stabiliteit scheppen waar chaos heerst, en corruptie bestrijden waar dat bij het gewone leven hoort, Fulbright zou over Afghanistan kunnen praten.

We, en dan bedoel ik het Westen, hebben Afghanistan niet verbeterd de afgelopen jaren. Ja, vrouwen kunnen godzijdank over straat, en meisjes naar school, maar er is geen structurele basis voor democratie gelegd, corruptie is er nog steeds aan de orde van de dag, en stabiliteit is er amper. Nog steeds ontploffen er bommen, nog steeds zijn politiechefs omkoopbaar en vormt de president een besloten politieke elite.

Maar helpen we Afghanistan door er weg te gaan? Ja, ik denk het wel. Conflicten los je niet op met pistolen maar met praten. Tussen 1990 en 2007 leidde onderhandelingen tot het einde van 59 conflicten wereldwijd, terwijl 27 conflicten afliepen met geweld. Praten helpt.

En juist daarom is een nieuwe missie in Afghanistan niet de help die we de Afghanen moeten geven. Deze verkapte militaire missie gaat geen traditie scheppen die er niet is.

Misschien moet Rutte Fulbright´s Arrogance of Power lezen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: